Folder Paviljoen de Witte

Magazine cover

Historie

Een bewuste keuze

Paviljoen de Witte, zoals het tempelachtige gebouw op de duinen langs het Scheveningse strand wordt genoemd, was het verjaardagscadeau van Koning Willem I (1772-1843) aan zijn vrouw Wilhelmina van Pruisen. De koning gaf haar dit royale geschenk op 18 november 1827.

Koningin Wilhelmina was een broze vrouw met een matige gezondheid. 's Nachts kon zij dikwijls de slaap slecht vatten. Koning Willem I hoopte dat een veelvuldig verblijf in dit strandhuis haar gezondheid ten goede zou komen .

Hij heeft het Paviljoen laten bouwen door zijn bouwmeester Adriaans Noordendorp. Deze ontwierp een neoclassicistisch gebouw; een fronton gedragen door vier zuilen, een eenvoudige en symmetrische plattegrond in de vorm van een kruis. Aan weerszijden van de bordestrap rusten twee Goden, die de Rijn en de Maas verbeelden. Het gebouw is volgens de aanwijzingen van Noordendorp in anderhalf jaar gebouwd en er zijn alleen materialen van de beste soort gebruikt.

Koningin Wilhelmina heeft tien jaar lang van het Paviljoen genoten. Ze was een zachtaardige vrouw en zeer populair bij het volk. Ze tekende en schilderde veel en trok zich hiervoor nogal eens terug in het Paviljoen. De koningin had haar buitenhuisje tamelijk sober en strandachtig ingericht; rieten stoelen en taboeretten, serviesgoed beschilderd met zeegewassen en voorwerpen met ingelegde voorstellingen die met de zee te maken hebben.

Koningin Wilhelmina van Pruisen overleed in 1837, zes jaar later overleed haar echtgenoot. Het Paviljoen kwam toen in handen van hun beider zoon prins Frederik Hendrik. Hij verbleef echter liever op zijn landgoed De Pauw in Wassenaar, zodat het Paviljoen eigenlijk nauwelijks gebruikt werd. Ook Frederiks dochter Marie, die het Paviljoen na de dood van haar vader erfde, was niet vaak in het Paviljoen te vinden. Prinses Marie was gehuwd met de vorst Von Wied.
De verschillende prinsen Von Wied verbleven daarentegen wel dikwijls in het Paviljoen.

Vooral toen de geboorte van Prinses Juliana even op zich liet wachten, waardoor ze dachten aanspraak te kunnen maken op de Nederlandse troon, vertoefden zij regelmatig aan de Nederlandse kust. Maar na de geboorte van Prinses Juliana werd de Scheveningse lucht beduidend minder interessant.

De erfgenamen Von Wied verkochten het Paviljoen in 1911 aan de Engelsman Edward Titus Rubinstein. Deze Engelsman was aanvankelijk van plan er een theater en een casino te bouwen, maar door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog ging dit wereldse plan niet door. In 1918 verkocht hij daarom het Paviljoen aan Sociëteit de Witte. De grootte van het perceel bedroeg in 1918 nog 42.992 m². Twee jaar later verkocht de Sociëteit een deel van deze grond aan de Gemeente Den Haag die daarop de huidige woonwijk bouwde.

Daarvan was tot voor kort nog 9.526 m² over. In de loop der jaren zijn gedeelten van het aanvankelijk grote terrein verkocht. Uit de opbrengsten hiervan is onder andere de bouw van een nieuw gedeelte van de Sociëteit aan het Plein in Den Haag betaald.

Vanaf de zeventiger jaren leed het Paviljoen een kwijnend bestaan. Het bezoek van De Witte-leden liep sterk terug. Begin 1987 besloot het bestuur van De Witte het Paviljoen een gedeelte van elk jaar te verpachten aan een exploitant.

In 1993 is begonnen met de bouw van een, grotendeels ondergronds, beeldenmuseum rondom het Paviljoen De Witte, welke in 1994 is geopend onder de naam Museum Beelden aan Zee. Tegelijkertijd vond een belangrijke renovatie van De Witte zelf plaats.

De laatste renovaties hebben plaatsgevonden in 2004. Tijdens deze rigoureuze renovatie is het klassieke beeld van toen behouden gebleven, maar nu met een toegankelijker ambiance.

HISTORIE PAVILJOEN DE WITTE

Contact

Routebeschrijving

Powered by MagStream
Technology by MagStream Real Time Publishing